Franz Vitzthum

franz-vitzthum-photo-christine-schneiderDe Duitse countertenor Franz Vitzthum begon met zingen bij het koor van de Regensburger Domspatzen. Hij studeerde zang bij Kai Wessel aan de Hochschule für Musik in Keulen waar hij in 2007 zijn diploma heeft behaald. Al tijdens zijn studie ontving hij talrijke prijzen en beurzen. Hij heeft inmiddels vele concerten gegeven, bijvoorbeeld tijdens het Rheingau Musik Festival, de Händel-Festspielen in Halle, Karlsruhe en Göttingen, bij La Folle Journée in Nantes en tijdens het Bach Festival Philadelpia. Hij heeft gewerkt met de dirigenten als Nicolas McGegan, Andrew Parrot, Hermann Max, Peter Neumann en Christoph Poppen. Daarnaast vertolkte hij rollen in diverse opera’s en oratoriaproducties, bijvoorbeeld in Scherz, Satire, Ironie und tiefere Bedeutung(Glanert), Jefta en Solomon (Handel), Orfeo(Gluck), Orlando Generoso (Steffani) en in Spartaco (Porsile) tijdens het festival Winter in Schwetzingen.

Kamermuziek is ook een van Franz Vitzthums passies. Hij geeft regelmatig concerten met luitspeler Julian Behr en het Capricornus Consort Basel, evenals met het door hem opgerichte vocaal ensemble Stimmwerck.

De veelzijdigheid van Franz Vitzthums wordt ook weerspiegeld in zijn discografie. Na zijn debuut-cd Ich will in Friede fahren heeft Franz Vitzthum onder de titel Himmels-Lieder een tweede solo-cd met geestelijke barokliederen uitgebracht op het label Christophorus.

Recensie 2015

Een milde Matthäus die ontroert

Laren hoeft niet meer onder te doen voor grote broer in Naarden. Wat op zondag 29 maart 2015 tijdens de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion in een overvolle Sint Jansbasiliek onder leiding van Daniel Reuss werd gepresteerd door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam – samen met de nationale en internationale solisten – was van een onbeschrijfelijke schoonheid en diepgang. Laren Klassiek

Natuurlijk was iedereen gespannen hoe de ‘nieuwe’ dirigent Daniel Reuss, vaste dirigent van Cappella Amsterdam, zou omgaan met het muzikaal erfgoed van de vorig jaar overleden dirigent Frans Brüggen, oprichter en dirigent van het Orkest van de Achttiende eeuw. Het wereldvermaarde orkest en Cappella Amsterdam hebben vaker samengewerkt met het werk van Johann Sebastian Bach als bindend element. Gek genoeg ontbrak de Matthäus Passion op het repertoire van het Orkest van de Achttiende Eeuw. Insiders weten dat Frans Brüggen een sterke voorkeur had voor de Johannes Passion. En een heilig ontzag voor de Matthäus, dat veel complexer in elkaar zit en veel veeleisender is voor de solisten. In de 33 jaar van het bestaan van het orkest werd Bachs hoogtepunt uit de barokmuziek slechts één keer uitgevoerd. Iedereen was dan ook benieuwd naar Reuss’ ideeën. Iedere verwachting werd gisteren in Laren overtroffen. Zelden klonk de muziek van de Matthäus Passion in de prachtige akoestiek van de Sint Jansbasiliek zo omfloerst. Kwam het door de originele instrumenten? Omfloerst, een prachtig woord. Treffend voor deze uitvoering. Zelden zo’n milde en mooie Matthäus gehoord: vol troost met een aangrijpende verteller – dan weer spannend en dan weer betrokken: zo vertel je een verhaal – met schitterende aria’s en koralen.

Van de aria “Buss und Reu”, met de warme en donkergetinte stem van de Duitse sopraan Sophie Klussman – leerlinge van Thomas Quasthoff en Margreet Honig – tot de “Sind Blitze, Sind Donner” (op deze druilerige koopzondag voor Pasen klonk ‘het weer in de basiliek’ in deze dubbele koorzang nog realistischer dan de ‘herfstbuien’ buiten op het plein) en van het door Franz Vitzthum prachtig gezongen “Ermbarme dich” tot het meer dan imposante slotkoor “Wir setzen uns mit Tränen nieder”, voelde je je in de visie van Daniel Reuss direct betrokken bij dit lijdens- en stervensverhaal van Jezus volgens het evangelie van Mattheus. De klankkleuren van het orkest die Reuss het publiek voortoverde, de schitterende koorzang, de tempi; het was van een verrassende schoonheid en diepang.

Raakte de Duitse countertenor Franz Vitzthum het publiek diep in het hart. Hetzelfde gold ook de andere solisten. Niet in het minst de op het allerlaatste moment ingevallen Stuttgarter Andreas Weller die een zieke Zwitserse tenor Fabio Trümpy moest vervangen. (Zakelijk leider van Cappella Amsterdam Anna Becker belde heel Europa af om Weller te vinden). Wellers twee dochtertjes die hun vrije weekend voor Pa inleverden, reisden met hem mee in zijn camper die voor de basiliek stond opgesteld. Gelukkig maar, want zijn eerste aria ‘Ich will bei meinem Jesu wachen’ maakte een onuitwisbare indruk. Zelden zo’n krachtige, vol commitment gezongen interpretatie van deze aria gehoord. Ook hier omfloerst door schitterend uitgevoerde koormuziek. Was de rol van de evangelist indrukwekkend, de Jezuspartij evenzeer. Henk Neven die met de hoogste onderscheiding afstudeerde en inmiddels in de grote operahuizen van Europa optreedt, zette een krachtige Christus neer: van diepe verontwaardiging over zijn leerlingen die in de Hof van Olijven in slaap waren gevallen tot het zonder hoop zich schikken in zijn lot. Wat een indrukwekkende stem. Wat een levensechte interpretatie. IMG_0353

In de pauze na afloop van het eerste deel -tot het verraad van Judas, waren de reacties van het publiek in de diverse horecagelegenheden in het dorp al zeer enthousiast. Toch moest het tweede deel van de Matthäus Passion – tot het moment dat Pilatus wachten meegeeft om het graf tegen lijkenroof te bewaken – nog volgen. Het was misschien nog indrukwekkender. Mattijs van de Woerd, winnnaar bij de Wigmore Hall International Song Competition liet alle nuances horen die zijn prachtige bariton kleuren: van donkere diepte tot lichte tederheid . En dat alles zo omarmd door de mooiste (koor)klanken. Een uitvoering onder leiding van Daniel Reuss in de Sint Jansbasiliek om niet te vergeten. Volgend jaar 20 maart brengt de organiserende Stichting Laren Klassiek, geholpen door vele vrijwilligers uit het dorp- van het Brinkhuis tot de Broederschap van Sint Jan- opnieuw op Palmzondag een Matthäus Passion en viert zij tegelijkertijd haar tweede lustrum. Benieuwd welke hoogstaande uitvoering dan naar Laren wordt gehaald. Het kan haast niet mooier.

Foto’s: Peter van Rietschoten

Amsterdam Baroque Choir

Amsterdam Baroque Choir

Het Amsterdam Baroque Choir werd in 1992 opgericht en maakte haar debuut tijdens het Holland Festival Oude Muziek in Utrecht, met tweemaal een wereldpremière: het Requiem (voor vijftien stemmen) en de Vespers (voor tweeëndertig stemmen) van H.I.F. Biber. De opname van dit concert kreeg de Cannes Classical Award voor de beste uitvoering van koormuziek uit de 17e en 18e eeuw. Vanwege de zeldzame combinatie van tekstuele helderheid en interpretatieve flexibiliteit, wordt het Amsterdam Baroque Choir als één der beste koren van deze tijd beschouwd. Het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir heeft prachtige opnames gemaakt van alle belangrijke barokke en klassieke werken, voor verschillende labels. Het orkest ontving daarvoor onder andere The Gramophone Award, Diapason d’Or, 10-Repertoir, Stern des Monats-Fono Forum, de Prix Hector Berlioz en twee Edisons. Ton Koopman richtte in maart 2003 zijn eigen label ‘Antoine Marchand’ op, een nieuw sublabel van ‘Challenge Classics’, waarop alle nieuwe opnames worden uitgebracht. Inmiddels zijn alle 22 delen van de Bach Cantates op ‘Antoine Marchand’ verkrijgbaar. Daarnaast verschenen reeds een DVD en CD van de Matthäus-Passion, een DVD met Ton Koopman’s reconstructie van de Markus Passion en de eerste delen van de nieuwe serie: Buxtehude’s ‘Opera Omnia’.

Ton Koopman en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir zijn regelmatig te gast in de grote concertzalen van Europa en het Verre Oosten. In maart 2012 stond onder meer een grote tournee door de Verenigde Staten op het programma. Voor seizoen 2013-14 zijn tournees in voorbereiding door Rusland en Zuid-Amerika.

Stephan Adriaens

EVANGELIST

De jonge Nederlandse tenor Stephan Adriaens begon, aangemoedigd door zijn grootmoeder, zijn zangstudie bij Jan Gooren aan de muziekschool in Heerlen. Vervolgens studeerde hij bij Axel Everaert, eerst aan het Conservatorium Maastricht, waar hij zijn bachelor diploma behaalde in 2009, en daarna privé. Hij volgde masterclasses bij onder andere John Bröcheler en Sigrid van der Linden. Al tijdens zijn studie in Maastricht was hij actief als professioneel zanger. Zo zong hij regelmatig in de koren van Opera Zuid, Studium Chorale en André Rieu. Met deze koren heeft hij opgetreden in het Concertgebouw (Amsterdam), de Gelredome (Arnhem) en vele theaters in Nederland, België en Duitsland.

Daarnaast ontplooide hij zich als solist, eerst binnen de muren van het conservatorium, maar al gauw ook er buiten. Hij zong onder andere de Berliner Messe van Arvo Pärt, Membra Jesu nostri van Buxtehude, Auferstehung und Himmelfahrt Jesu van C.P.E. Bach, de Matthäus Passion van J.S. Bach, het Magnificat en de Vespers van Monteverdi, Messe solonnelle van Gounod en het Oratorio de Noël van Saint-Saëns. Hij vertolkte vele rollen in diverse opera’s van Ravel, Verdi, Britten, Zeller, Tsjaikovski en Offenbach. Ook maakte hij samen met pianiste Tonie Ehlen de eerste cd-opname van Nocturne van Ben van Beurden en werkte hij mee aan het televisieprogramma Szarkowicz Hotel. Hij werkte samen met dirigenten als Hans Leenders, Erik van Nevel, Daniel Inbal, Stijn Saveniers, Jeremy Hulin en Dmitri Jurovski en met regisseurs als Igor Bauersima, Martin Schurr, Lieven Baert en Tatjana Gürbaca.

Robbert Muuse

BARITON

Robbert MuuseDe bariton Robbert Muuse studeerde bij Mya Besselink in Maastricht en in  de  Opernschule van Karlsruhe bij Donald Litaker en volgde liedstudies bij Konrad Richter (Stuttgart), Hartmut Höll (Mozarteum Salzburg) en Julius Drake (Londen). Hij nam deel aan vele masterclasses bij o.a. Sir Thomas Allen, Barbara Bonney, Robert Holl, Hilde Zadek en Graham Johnson. Verder werd hij gecoacht door Helmuth Kolvenbach, Jard van Nes en Gerald Finley. Hij won verscheidene prijzen, waaronder de Mees Pierson Award 2004 in de serie ‘Jonge Nederlanders’ van het Concertgebouw in Amsterdam. Sinds 1994 vormt Robbert Muuse een liedduo met de pianiste Micha van Weers. Samen gaven zij recitals onder meer in het Concertgebouw in Amsterdam, in Stuttgart, Karlsruhe, Salzburg en Parijs. Robbert Muuse is een veelgevraagde concertsolist.

Als operazanger vertolkte hij tientallen rollen in opera’s. Recentelijk zong hij de 1er Soldat in Salome (R. Strauss) o.l.v. Valery Gergiev op het Festival van Verbier (CH). Verder zong hij o.a. Boswachter in NL versie van Janá?eks Sluwe Vosje, Aeneas (Purcell), Malatesta in Don Pasquale, Allazim in Mozarts Zaide en Guglielmo in Così fan tutte, Falke in Die Fledermaus, Sid in Albert Herring (Britten), Le Directeur in Les Mamelles de Tirésias (Poulenc), Escamillo in La Tragédie de Carmen en andere opera’s van o.a. Händel, Purcell, Rossini, Leoncavallo en Britten. Hij werkte als solist met vele orkesten en ensembles, zoals Combattimento Consort Amsterdam, Orkest van het Oosten, Het Gelders Orkest (o.a. Mahler liederen), Het Brabants Orkest, Limburgs Symfonie Orkest, Ensemble Pierre Robert (Frankrijk), Southbank Sinfonia (Londen), Ives Ensemble; met dirigenten Jan Willem de Vriend, Paul Goodwin, Jurjen Hempel, Enrico Delamboye, Jos van Veldhoven en Ed Spanjaard. Hij was als solist te gast voor optredens in o.a. het Amsterdams Concertgebouw, Festival Oude Muziek Utrecht, Festival de Verbier (CH), St John’s Smith Square in Londen, York, Stuttgart, Festspielhaus Karlsruhe, Salzburg en Cité de la Musique in Parijs, Israel, Riga en Miami.