 |
ZONDAG 12 DECEMBER
De
uitvoering is voor iedereen zeer goed te
volgen aangezien met twee camera’s de Messiah wordt geregistreerd
en op LCD-schermen wordt geprojecteerd.
De toegangskaarten kosten €57,-
eerste rang en €47,-
tweede rang (incl. programmaboekje, een
kop koffie of ander drankje in de pauze
en administratiekosten.) Kaarten kunt
u hier
bestellen of bij Saskia Vos 035-5310017
BACH: WEIHNACHTS ORATORIUM
In de muziekwereld klinkt elk jaar tegen
Kerstmis weer de uitnodiging Jauchzet,
frohlocket! Met bezwerende pauken en trompetten.
Bachs enige oratorium dat zijn naam onterecht
voert is zijn Weihnachts Oratorium. Bij
het componeren van dat werk in 1734 haalde
hij maar net de gestelde deadline; bovendien
lukte dat alleen door oude cantates als
Hercules auf dem Scheidewege, Tönet
ihr Pauken, Erschallet Trompeten! en Preise
dein Glücke te kannibaliseren. Als
resultaat ontstond een reeks van zes zelfstandige
nieuwe cantates die samen een hechte eenheid
vormen.

ACHTERGRONDEN
Tijd zal voor Bach wel vaak een essentiële
factor zijn geweest, maar was dat zeker
in het geval van zijn Oratorium tempore
nativitatis Christi. Dat moest klaar zijn
voor de eerste uitvoering op Kerstmis,
maar toen de Advent van 1734 naderde en
hij noodzakelijk aan het werk moest beginnen,
wist hij dat hij nog twee troeven op zak
had. Om te beginnen schiep het moratorium
van de door de kerkelijke kalender een
bondgenoot in zijn planning. Maar belangrijker
nog bleek dat het fundamentele werk al
klaar was. Simpel gezegd maakt het Weihnachts
Oratorium gebruik van de meest arbeidsbesparende
techniek aller tijden: die van de recycling,
van de parodie. Wat oplapwerk, een nieuw
verfje en een nieuwe tekst maken het mogelijk
om bestaande muziek een nieuw leven te
geven. Bach wist al precies hoe de vorm
van het werk moest zijn: een zesdelige
uitwerking van het verhaal over Christus’ geboorte,
op maat gesneden voor de zes belangrijkste
hoogtijdagen tussen Kerstmis en Driekoningen.
Dus demonteerde hij de motoren van drie
kort tevoren geschreven wereldlijke cantates
ter voorbereiding van een nieuwe assemblage.
En om aan het zesde deel te komen greep
hij terug op een complete al lang verloren
kerkcantate. Dat de wereldlijke cantates
twee verjaars- en een kroningscantate betreffen
heeft sommige muziekwetenschappers doen
verbazen of Bachs geest zich al eerder
met een dergelijke, minder wereldse recycling
bezighield. Maar hoe dan ook, hij en zijn
vaardige tekstschrijver Picander werkten
hard genoeg om te zorgen dat het nieuwe
werk volkomen integer werd. |
 |

UITGEBREIDE UITVOERING
De teksten passen prachtig op
de muziek, waarbij Bach voor passende, kleine
wijzigingen zorgde en in het geval van één aria en een koor de
muziek volledig opnieuw componeerde om het effect niet af te zwakken binnen
de nieuwe context. Naarmate Advent naderde,
hoefde hij alleen nog maar de koralen en de recitatieven te componeren. Dat
doel was makkelijk en snel bereikt en de eerste uitvoering werd verdeeld over
de St. Thomas en St. Lukas kerk in Leipzig; de Nikolaikirche
kreeg de hele cyclus toegewezen terwijl de
Thomaskirche tevreden moest zijn met twee derde deel. Die eerste “uitgebreide” uitvoering
roept interessante vragen op. In de praktijk
had Bach zes cantate vervangers gebruikt
voor zijn Oratorium. (Totaal afwijkend overigens van het model van Händel
overigens). Maar of zijn kerkgemeenschap
de muzikale kennis bezat om dat te begrijpen – vooral
omdat de uitvoeringen over dertien dagen
waren gespreid – valt te betwijfelen.
Maar Bach zelf beschouwde het werk wel als
een eenheid. Zijn zes delen nemen verschillende
symmetrieën
van toonaard en orkestratie in acht; de cyclische
onderstroom wordt duidelijk gemaakt door
het gebruik van Hasslers alomtegenwoordige
koraalmelodie die in het eerste deel wordt gezongen, maar die ook
tot een stralende finale van het hele werk wordt verheven.
Even fascinerend is een ander element van
organisatie. De delen 1-3 (welke op opeenvolgende dagen werden uitgevoerd)
gaan over Christus’ geboorte
en de herders, de delen 4-6 over de komst
van de drie koningen. Alleen deel 4 – voor het feest
der besnijdenis – neemt
een wat aparte plaats in, wat wordt beklemtoond
door de toonaard F in een verder duidelijk
in D-groot verankerde cyclus en bovendien
door de enige verschijning van twee hoorns.
De gebruikmaking van een evangelist om het verhaal vaart te verlenen,
overpeinzende aria’s
om meditatie te bevorderen, koralen om de
gelovigen bij het verhaal te betrekken en een koor dat voor verschillende
doeleinden wordt ingezet – inclusief
korte camees als leden van de hemelse menigte,
de schaapherders en tenslotte de drie koningen – Bach
hanteerde de technieken waarin hij bedreven
was sinds het schrijven van zijn Passies.
Het Weihnachts Oratorium vormt daarvan als
het ware het blije foto negatief. |
 |