WeihnachtsoratoriumWeihnachtsoratorium uitvoerendenWeihnachtsoratorium kaarten bestellen Matthäus Passion van Johann Sebastian BachMatthäus Passion uitvoerendenMatthäus Passion kaarten bestellen Bestuur Stichting Laren KlassiekStuur een e-mail naar Laren KlassiekInteressante linksSponsors van Laren KlassiekStichting Laren Klassiek in de mediaMessiah Stichting Laren Klassiek
Postbus 174
1250 AD Laren
  Weihnachtsoratorium Laren

Weihnachtsoratorium 2010

De Stichting Laren Klassiek brengt in de Sint Jansbasiliek op zondagmiddag 12 december een uitvoering van het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach. De uitvoerenden o.l.v. Bernhard Touwen zijn o.a: Heleen Koele sopraan, en Wilke te Brummelstoete mezzosopraan, Vocaal Ensemble Markant en Concerto Brabant. Het oratorium begint om 14.30 uur.

 

 
   
   

ZONDAG 12 DECEMBER

De uitvoering is voor iedereen zeer goed te volgen aangezien met twee camera’s de Messiah wordt geregistreerd en op LCD-schermen wordt geprojecteerd. De toegangskaarten kosten €57,- eerste rang en €47,- tweede rang (incl. programmaboekje, een kop koffie of ander drankje in de pauze en administratiekosten.) Kaarten kunt u hier bestellen of bij Saskia Vos 035-5310017

BACH: WEIHNACHTS ORATORIUM

In de muziekwereld klinkt elk jaar tegen Kerstmis weer de uitnodiging Jauchzet, frohlocket! Met bezwerende pauken en trompetten. Bachs enige oratorium dat zijn naam onterecht voert is zijn Weihnachts Oratorium. Bij het componeren van dat werk in 1734 haalde hij maar net de gestelde deadline; bovendien lukte dat alleen door oude cantates als Hercules auf dem Scheidewege, Tönet ihr Pauken, Erschallet Trompeten! en Preise dein Glücke te kannibaliseren. Als resultaat ontstond een reeks van zes zelfstandige nieuwe cantates die samen een hechte eenheid vormen.

Weihnachtsoratorium

ACHTERGRONDEN

Tijd zal voor Bach wel vaak een essentiële factor zijn geweest, maar was dat zeker in het geval van zijn Oratorium tempore nativitatis Christi. Dat moest klaar zijn voor de eerste uitvoering op Kerstmis, maar toen de Advent van 1734 naderde en hij noodzakelijk aan het werk moest beginnen, wist hij dat hij nog twee troeven op zak had. Om te beginnen schiep het moratorium van de door de kerkelijke kalender een bondgenoot in zijn planning. Maar belangrijker nog bleek dat het fundamentele werk al klaar was. Simpel gezegd maakt het Weihnachts Oratorium gebruik van de meest arbeidsbesparende techniek aller tijden: die van de recycling, van de parodie. Wat oplapwerk, een nieuw verfje en een nieuwe tekst maken het mogelijk om bestaande muziek een nieuw leven te geven. Bach wist al precies hoe de vorm van het werk moest zijn: een zesdelige uitwerking van het verhaal over Christus’ geboorte, op maat gesneden voor de zes belangrijkste hoogtijdagen tussen Kerstmis en Driekoningen. Dus demonteerde hij de motoren van drie kort tevoren geschreven wereldlijke cantates ter voorbereiding van een nieuwe assemblage. En om aan het zesde deel te komen greep hij terug op een complete al lang verloren kerkcantate. Dat de wereldlijke cantates twee verjaars- en een kroningscantate betreffen heeft sommige muziekwetenschappers doen verbazen of Bachs geest zich al eerder met een dergelijke, minder wereldse recycling bezighield. Maar hoe dan ook, hij en zijn vaardige tekstschrijver Picander werkten hard genoeg om te zorgen dat het nieuwe werk volkomen integer werd.

Weihnachtsoratorium Laren

UITGEBREIDE UITVOERING

De teksten passen prachtig op de muziek, waarbij Bach voor passende, kleine wijzigingen zorgde en in het geval van één aria en een koor de muziek volledig opnieuw componeerde om het effect niet af te zwakken binnen de nieuwe context. Naarmate Advent naderde, hoefde hij alleen nog maar de koralen en de recitatieven te componeren. Dat doel was makkelijk en snel bereikt en de eerste uitvoering werd verdeeld over de St. Thomas en St. Lukas kerk in Leipzig; de Nikolaikirche kreeg de hele cyclus toegewezen terwijl de Thomaskirche tevreden moest zijn met twee derde deel. Die eerste “uitgebreide” uitvoering roept interessante vragen op. In de praktijk had Bach zes cantate vervangers gebruikt voor zijn Oratorium. (Totaal afwijkend overigens van het model van Händel overigens). Maar of zijn kerkgemeenschap de muzikale kennis bezat om dat te begrijpen – vooral omdat de uitvoeringen over dertien dagen waren gespreid – valt te betwijfelen. Maar Bach zelf beschouwde het werk wel als een eenheid. Zijn zes delen nemen verschillende symmetrieën van toonaard en orkestratie in acht; de cyclische onderstroom wordt duidelijk gemaakt door het gebruik van Hasslers alomtegenwoordige koraalmelodie die in het eerste deel wordt gezongen, maar die ook tot een stralende finale van het hele werk wordt verheven. Even fascinerend is een ander element van organisatie. De delen 1-3 (welke op opeenvolgende dagen werden uitgevoerd) gaan over Christus’ geboorte en de herders, de delen 4-6 over de komst van de drie koningen. Alleen deel 4 – voor het feest der besnijdenis – neemt een wat aparte plaats in, wat wordt beklemtoond door de toonaard F in een verder duidelijk in D-groot verankerde cyclus en bovendien door de enige verschijning van twee hoorns. De gebruikmaking van een evangelist om het verhaal vaart te verlenen, overpeinzende aria’s om meditatie te bevorderen, koralen om de gelovigen bij het verhaal te betrekken en een koor dat voor verschillende doeleinden wordt ingezet – inclusief korte camees als leden van de hemelse menigte, de schaapherders en tenslotte de drie koningen – Bach hanteerde de technieken waarin hij bedreven was sinds het schrijven van zijn Passies. Het Weihnachts Oratorium vormt daarvan als het ware het blije foto negatief.